„Waar is Jeroentje nou?" vraagt Erik, ook
heel ver-
wonderd. Alsof hij hem echt nergens kan vinden.
Het gegiechel van Jeroentje stopt meteen.
Even is
het heel stil achter de twee handjes. „Joentje nou?"
klinkt het een beetje beverig. Met zijn ene oog kijkt
hij tussen zijn vingertjes door. Hij speurt naar alle
kanten. Maar Jeroentje kan hij nergens vinden. Dan
weet hij ineens de oplossing. Met een snelle bewe-
ging doet hij zijn handjes van zijn gezicht. „Jaaaa!
Issie Joentje weer!" roept hij opgelucht.